Bijzondere voorwaarden - Erfdienstbaarheden :
VESTIGING NIEUWE ERFDIENSTBAARHEID 1. De overdrager, hierna ook genoemd “de Eigenaar” vestigt op het hierbij overgedragen perceel (lijdend erf), ten voordele van het waterleidingsnetwerk (heersend erf), heden beheert door de overdrager in huidige akte, CV VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING, voornoemd, hierna ook genoemd “Begunstigde”, een eeuwigdurende kosteloze erfdienstbaarheid voor het aanleggen, herstellen, vervangen en onderhouden van ondergrondse leidingen en aanhorigheden (kasten, brandkranen…) zomede voor het verrichten van alle handelingen en werken nodig voor de controle en goede werking ervan alsook een eeuwigdurende kosteloze erfdienstbaarheid voor de toegang en doorgang voor personeel van de Begunstigde, alsook de door de Begunstigde of haar rechtsopvolgers aangestelde partijen voor onderhoud, nazicht en uitvoering van herstellingswerken met alle nuttige vervoersmiddelen, materialen en werktuigen. De erfdienstbaarheid wordt verleend op het hierboven omschreven over te dragen goed, en meer bepaald op het in blauw gearceerde gedeelte zoals aangeduid op voormeld opmetingsplan met referentie 2025.43347, opgemaakt op 29 augustus 2025 door Wouter De Maegt: “Nieuw te vestigen erfdienstbaarheid voor de aanleg van ondergrondse kabels en leidingen voor toegang personeel van De Watergroep, rustend op perceel 559C (blauw gearceerd): 105 m².”, hierna genoemd “het GOED”. Aan deze erfdienstbaarheden is een “accessoir recht van opstal” gekoppeld welk niet beperkt blijft in de tijd maar als accessorium van de erfdienstbaarheid eeuwigdurend zal zijn. De eigenaar ziet af van ieder recht tot natrekking van het eigendomsrecht van de leidingen. Dit houdt in dat de leidingen welke in voormelde eigendom worden aangelegd, ingevolge voormelde verzaking en accessoir recht van opstal in volle eigendom aan de Begunstigde of haar rechtsopvolgers toebehoren. Dit accessoir recht van opstal is als accessorium van de erfdienstbaarheid eveneens kosteloos bedongen. 2. De toegang en doorgang moet permanent en zonder de minste hinder mogelijk zijn: 24 uur op 24, 7 dagen op 7, onmiddellijk, veilig en zonder tussenkomst van derden. Deze geldt voor de personeelsleden, aannemers en/of onderaannemers die werken voor de Begunstigde en voor al het benodigd materiaal en vervoersmiddelen. Deze permanente doorgang moet minimum 3m breed zijn en in deze strook moeten zich ook de ondergrondse leidingen en aanhorigheden bevinden. De toegang tot het perceel moet ook bij stroomonderbreking mogelijk zijn. Toegang via elektrische poorten, toegangscodes, badges, enz. is dan ook niet toegestaan. Binnen deze zone van erfdienstbaarheden mag niet overgegaan worden tot: - het oprichten van gebouwen of (overhangende) constructies. - het wijzigen van het maaiveldniveau. - het opstapelen van goederen of materiaal - het heien van palen of piketten in de grond die de aanwezige infrastructuur kunnen beschadigen, - het rijden over de aanwezige infrastructuur met rollend materieel met een aslast zwaarder dan 12 ton, incluis mechanische graaftuigen, - het planten van bomen of diepwortelende struiken (worteldiepte van meer dan 60 cm). - het aanleggen van geleidingen, met uitzondering van leidingen welke deze strook zouden kruisen en mits akkoord van de Begunstigde - uitgravingen dewelke de stabiliteit van de grond of de ondergrond waarin de infrastructuur van de Begunstigde zich bevindt in het gedrang zouden kunnen brengen. De Begunstigde heeft in het kader van deze erfdienstbaarheid het recht na voorafgaande ingebrekestelling bij aangetekend schrijven om de plaats in haar vroegere toestand te herstellen op kosten van de overtreders onverminderd de schadevergoedingen waartoe deze overtredingen aanleiding zouden kunnen geven. De bedekking boven bedoelde erfdienstbaarheidszone moet met normale mechanische handwerktuigen kunnen worden verwijderd en nadien teruggeplaatst zodat deze in haar oorspronkelijke staat kan hersteld worden op kosten van de Eigenaar. Monoliete verharding (bitumen, beton) is niet toegestaan en de kosten ten gevolge van een eventuele herstelling hiervan zullen evenmin worden gedragen door de Begunstigde. De Eigenaar zal dulden dat toestellen met gelijkgrondse deksels in deze strook worden geplaatst indien de Begunstigde dit noodzakelijk achten. Uitgegraven grond blijft ter plaatse op het perceel of wordt indien nodig afgevoerd door of op kosten van de Eigenaar. De bouwheer en zijn rechtsopvolgers moeten ervoor instaan dat alle toestellen, brandkranen en/of merktekens, zichtbaar, bereikbaar en in stand gehouden worden. 3. De Eigenaar verklaart met betrekking tot het goed waarop de erfdienstbaarheid gevestigd wordt, geen weet te hebben van bodemverontreiniging die schade kan berokkenen aan de Begunstigde of aan derden, of die aanleiding kan geven tot een saneringsverplichting, tot gebruiksbeperking of tot andere maatregelen die de overheid in dit verband kan opleggen. In de nabijheid van voormelde erfdienstbaarheid mogen er geen mazouttanks of gelijkaardige hinderlijke inrichtingen geplaatst worden, dit om enerzijds het plaatsen, herstellen, en vervangen van de ondergrondse infrastructuur van de Begunstigde niet te belemmeren en anderzijds om bezoedeling te voorkomen. 4. De Begunstigde zal uitsluitend aansprakelijk zijn voor eventuele milieuschade die zij aan het goed zouden hebben toegebracht. De Eigenaar zal de Begunstigde in elk geval schadeloos stellen voor de kosten en opgelegde beperkingen in geval van enige vervuiling en/of milieuschade die niet door de Begunstigde werden veroorzaakt. 5. De erfdienstbaarheden worden om niet toegestaan en gevestigd om reden van openbaar nut. 6. De Begunstigde behoudt haar burgerlijke aansprakelijkheid voor schade en ongevallen veroorzaakt door haar leidingen die zich op de eigendom van de Eigenaar bevinden. Alle hieruit voortvloeiende herstellingen aan de eigendom van de Eigenaar zullen volgens de regels van de kunst worden uitgevoerd. 7. Onderhavige erfdienstbaarheid zal voortduren ingeval de Begunstigde haar uitbating aan derden zou afstaan of overdragen. De Eigenaar verbindt zich jegens de Begunstigde, die dit aanvaardt, de in deze akte van toepassing verklaarde bepalingen bij elke vervreemding van het geheel of een gedeelte van het perceel, dan wel bij het vestigen van een zakelijk recht op het perceel, aan de nieuwe verkrijger in eigendom of zakelijk gerechtigde op te leggen en om de betreffende bepalingen woordelijk in de notariële akte op te nemen. 8. Vanaf de dag van het verlijden van deze akte is het aan de Begunstigde toegelaten, op eigen risico de ondergrondse leidingen en installaties te plaatsen.